Gewrichtsaandoeningen bij de jonge hond

OCD schouder

De schouder

In het schoudergewricht van de jonge hond komt een afwijking voor die gekend is als OCD.. OCD staat voor "osteochondritis dissecans". Hierbij is een stukje kraakbeen afgescheurd . Dit losse stukje zal een ontstekingsreactie veroorzaken. Deze veroorzaakt pijn. Deze pijnlijkheid uit zich voornamelijk in manken. Bij onderzoek zal het opvallen dat het strekken van het gewricht erg pijnlijk is.

 

Osteochondritis dissecans

of OCD is het gevolg van een opgroeiziekte: osteochondrose. Hierbij ontstaat verdikt kraakbeen. Dit is gevoelig voor biomechanische stress. Er zullen, op de rand van dit verdikt kraakbeen, barsten ontstaan. Als deze verder ontwikkelen ontstaat er een stuk losliggend kraakbeen. Op die manier is de osteochondrose een osteochondritis dissecans of losgescheurd stuk geworden.

 

Ontstaan

Al lang wist men dat osteochondrose en OCD veel voorkomt bij rassen die erg groot worden. Allicht heeft dit te maken met het feit dat de groei sneller is en dat de biomechanische krachten op de gewrichten hoger zijn. Ten tweede heeft men gemerkt dat OCD meer voorkomt bij bepaalde rassen. Aldus weet men dat er een bepaalde erfelijke aanleg voor die ziekte is. 

Een derde aspect dat belangrijk is en dat men ontdekt heeft, is dat de voeding van groot belang is bij het ontstaan van osteochondrose en van OCD.

 
 

Behandeling

Deze bestaat uit chirurgie. Als deze wordt uitgevoerd door een deskundig chirurg is ingreep slechts een kleintje.

Ze kan op twee manieren gebeuren. In eerste instantie met artroscopie (de piepoperatie) en in tweede instantie met gewone chirurgie.

Na de ingreep moet de patiënt nog enkele weken aan de korte leiband gehouden worden zodanig dat het gewrichtkapsel netjes kan herstellen.

Na 6 weken mag hij weer alles doen. Als er OCD aanwezig is in beide schouders is het vaak aangewezen om de beide kanten te behandelen.

Herstel na artroscopie is sneller dan na gewone chirurgie; eventueel kan men hiermee twee schouders tegelijk behandelen

Elleboog dysplasie

Elleboog dysplasie
 
is in feite een slecht gekozen benaming voor een reeks elleboog afwijkingen die verkeerdelijk onder deze ene noemer samengenomen worden.
  1. Fragmented cornoid process of losse processus coronoideus ( FCP)
  2. Osteochondrose of osteochondritis dissecans  (OCD)
  3. Ununited anconeal processus of losse processus anconeus ( UAP of LAP)
  4. Oncomplete ossificatie van de humerus condyl (IOHC)
  5. Medial compartment disease of ziekte van de binnenzijde van het gewricht (MCD)
  6. Elleboog incongruentie (welke aanleiding kangeven tot FCP of LPA.

Losse processus coronoideus (LPC of FCP )

Deze ziet men vooral bij Golden Retrievers, Labradors, Bernen Sennen-honden,Rottweilers en Staffords. Hier zit een klein stukje been en kraakbeen los dat behoort tot de ulna en ligt op de grens tussen de ulna en de radius vooraan in het gewricht. Dit stukje kan op meerdere plaatsen losliggen: aan de buitenkant of aan de binnenkant van de ulna of de hele top kan losliggen. Dit fragment kan ter plaatse blijven of beginnen rondzwerven in het gewricht. De fragmentatie wordt vermoedelijk veroorzaakt door krachten die erop inwerken t.g.v. ongelijke groei tussen radius en ulna of door abnormale drukken die ontstaan bij het naar binnen en buiten draaien van de onderpoot.   De symptomen ziet men vaak vroeg rond de leeftijd van 5 á 8 maanden. De honden hebben vaak twee manke voorpoten want uit een grote genetische studie blijkt dat ongeveer in 80% van de gevallen de ziekte voorkomt in de twee voorpoten.  Zeer vroegtijdig zal men dan ook radiografische afwijkingen vinden die de eerste tekenen van artrose vertonen. Deze afwijkingen zijn echter zo miniem dat ze enkel waarneembaar zijn op perfect genomen radiografieën.

 

Uit onderzoek blijkt dat door vroegtijdig verwijderen de artrose die optreedt kan beperkt worden. Bij niet verwijderen zullen deze honden steeds zeer ernstige vormen van elleboogartrose vertonen. Het klinische succes, dus het goed functioneren van de hond na chirurgie, is meestal goed. In ongeveer 85% van de gevallen zullen deze honden perfect functioneren. Wel hebben ze vaak herstelperioden van 3 maanden nodig. Deze ingreep verrichten we momenteel onder artroscopie zodat er geen sneden meer zijn. Bij sommige honden zien we ondanks een geslaagde ingreep op latere leeftijd soms heroptreden van fragmentatie en vaak zien we de artrose progressief toenemen op RX ondanks klinisch geen aantoonbare problemen.

 
 

-De losse processus anconeus (LPA)

ziet men hoofdzakelijk bij jonge Duitse herders maar ook bij andere reuzerassen zoals de Duitse dog, Sint Bernard.... In de leeftijdscategorie van 4 tot 9 maand vindt men deze patiëntjes die manken op één of soms beide voorpoten en die bij onderzoek pijnlijk zijn in de elleboog.

Op radiografie ziet men dat de processus anconeus niet vastgegroeid is aan de ulna en aldus als een los stuk been in het gewricht aanwezig is. Recent onderzoek wijst erop dat dit probleem voorkomt ten gevolge van een ongelijke groei van de twee ondervoorpoten. Doordat de radius iets sneller groeit dan de ulna is deze ulna relatief te kort waardoor de processus anconeus klem raakt in het opperarmbeen.Daardoor ontstaan er abnormale krachten bij beweging die beletten dat deze processus vastgroeit.

 

De behandeling van het probleem bestond in het verleden steeds uit het verwijderen van het los stuk. Dit is een eenvoudige techniek maar hij heeft verschillende nadelen. Het meest belangrijke nadeel is dat het gewricht naderhand niet meer zijn normale anatomische vorm heeft en een abnormale beweeglijkheid vertoont. Hoewel deze miniem is, is het toch voldoende om artrose te induceren. Honden die aan deze aandoening geopereerd zijn zullen dus steeds artrose vertonen en vaak nog een beetje mank zijn, voornamelijk na lange rust of na erge inspanning.

Niet opereren leidt haast steeds tot zeer ernstige artrose en veel pijn. Een nieuwe techniek voor de behandeling van deze aandoening bestaat uit het doorzagen van de ulna, al dan niet in combinatie met het vastzetten van het losse stuk met schroeven of pinnen. Alhoewel het te vroeg is om definitieve uitspraken te doen over deze nieuwe techniek lijken de resultaten bemoedigend. Zeer belangrijke factor om succes te hebben bij het vastzetten van deze processus anconeus is een tijdige detectie en behandeling. Eenmaal de patient de 7.5-8 maand gepasseerd is heeft fixatie vaak geen zin meer. 

OCD van de elleboog

ziet men hoofdzakelijk bij dezelfde rassen als deze waar de losse processus coronoideus bij voorkomt. Ook hier zit, zoals bij de schouder, een grote losse kraakbeenflap in het gewricht. Vanaf de leeftijd van 5 á 6 maanden ziet men radiografische veranderingen optreden in het gewricht.

Tot nog toe wordt enkel het losse stuk verwijderd. Men hoopt dat er nieuw kraakbeen zal groeien op de plaats van de verwijderde flap. Dit kraakbeen is meestal echter van slechte kwaliteit zodat normale functie van de elleboog nooit kan gegarandeerd worden.

Bij sommige honden komt gelijktijdig OCD en een losse processus coronoideus voor. Het vooruitzicht voor deze honden is steeds gereserveerd. Zeker als de aandoening aan twee kanten voorkomt. Meestal is er al uitgebreide artrose aanwezig op zeer jeugdige leeftijd als de diagnose wordt gesteld, OCD op zich alleen heeft ook een slechter vooruitzicht dan bvb. FCP alleen. Het kraakbeendefect zit meestal op een dragend gewrichtsdeel en gaat steeds pijn opwekken.  Een goede behandeling buiten opfrissing van het subchondraal bed en verwijderen van losse kraakbeenfragmenten is momenteel nog niet bekend maar er zijn beloftevolle resultaten op komst van kraakbeentransplantaties. Hierbij gaat men het defect na opkuis vullen met kraakbeen greffen afkomstig van de knie van dezelfde patiënt ontnomen om een niet kritische plaats.

 

Medial compartment disease of mediale compartiment ziekte (MCD)

Dit is een eerder later stadium na voorafgaande kraakbeen beschadiging waarbij het volledig binnenste gedeelte van het ellebooggewricht zijn kraakbeen heeft verloren. Dit kan reeds optreden bij honden die maar één jaar oud zijn.

Huidige behandelingen met technieken zoals microfractuur en abrasie artroplastie (shaver) zijn niet echt succesvol gebleken om zogezegd fibrocartilago ( 2e rangs kraakbeen) te genereren. Deze honden moeten dan meestal ook op een levenslange behandeling met pijnstillers gezet worden.

Vooraleer chirurgie op deze gewrichten toe te passen zullen we steeds proberen via andere conservatievere behandelingen een oplossing te zoeken. Momenteel zijn er vrij goede resultaten door enkele herhaalde intra articulaire injecties met autoloog geconditioneerd plasma (ACP). DIt materiaal wordt geprepareerd uit eigen bloed (15 ml) dat afgenomen wordt bij de patiënt, afgecentrifugeerd wordt in een speciaal ontwikkeld centrigugesysteem waarna het plasma met de nodige groeifactoren in het gewricht ingespoten wordt. Meestal zijn er 3 behandelingen nodig met 2-3 weken tussenpoos. DIt vergt meestal enkel een korte sedatie per behandeling en is zeker een aanrader vooraleer over te gaan op chirurgische technieken. Andere inspuitbare kraakbeenstimulerende produkten worden momenteel wereldwijd ontwikkeld. Stamceltherapie is daar één van. Hier gaat met uitgaande van een staal vet en een flinke hoeveelheid bloed stamcellen in cultuur brengen die men achteraf in de aangetaste gewrichten inspuit. De resultaten zijn veelbelovend. Enige nadeel voorlopig is de kostprijs die voor het prepareren van het injecteerbaar materiaal rond de 1500€ loopt exclusief de staalname en de injecties onder sedatie.

 

Nieuwere technieken zoals de sliding humeral osteotomy (SHO), de PAUL techniek , de CUE techniek en de elleboogprothese (EP) zullen misschien in de nabije toekomst succesvoller zijn . Voor al deze technieken werd in de praktijk een opleiding gevolgd en momenteel is met name de PAUL techniek in de praktijk de geprefereerde methode boven de SHO procedure die nogal veel complicaties kan inhouden.

SHO principe

 

PAUL techniek 

CUE TECHNIEK

 

 

De Paul en SHO techniek zijn erop gericht om het mediale compartiment te ontlasten en het lateraal compartimentr meer te belasten en zijn dus enkel mogelijk indien enkel het mediaal compartiment aangetast is.

De CUE techniek is een klein implantaat dat het kraakbeen in het mediaal compartiment vervangt door een polyethyleen en een cobaltchrome component. Dit is dus een miniprothese.

Indien ook het laterale deel van de elleboog onherroepelijk beschadigd is dan rest soms niet anders dan het gehele ellebooggexricht te vervangen. Verschillende elleboogprotheses zijn reeds ontwikkeld en commercieel op de markt gebracht. Voorlopig is de meest succesvolle de TATE prothese. Er zijn echter nog enkele andere modellen in ontwikkeling zodat de komende jaren waarschijnlijk meer mogelijkheden beschikbaar zijn. Nadeel van elke prothese is echter steeds de kostprijd die gemakkelijk rond de 5000€ kan oplopen.

 

         TATE elleboog implant                                                     TATE elleboog prothese

 

 

 

 

 

 

De step of incongruentie

De step is een afwijking waarbij radius en ulna niet even lang zijn en de langste overmatig wordt belast. Daardoor ontstaat kraakbeenlaesies op de langste kant. Een chirurgische techniek kan dit probleem oplossen (verkorten van het langste bot).

Tenslotte nog een woordje over het gelijktijdig voorkomen van gewrichtsafwijkingen in meerdere gewrichten. Honden die afwijkingen vertonen in één gewricht zijn steeds verdacht van afwijkingen in andere. Vandaar dat wij ervoor pleiten om van deze jeugdige honden die mank zijn een algemeen radiografisch overzicht te maken waarbij wij wensen dat de aandacht wordt gericht op de twee schouders, de twee ellebogen, de twee knieën, de hakken en de heupen. Dit onderzoek kost u ongeveer 150 Euro meer dan een onderzoek van enkel dat éne gewrichtje waar het pijn doet.Deze extra uitgave is echter wel besteed, omdat u een groot overzicht krijgt van uw hond op jeugdige leeftijd en weet wat u te wachten staat. Niets is inderdaad meer frustrerend dan een chirurgie-ingreep te laten verrichten om dan enkele weken later te moeten concluderen dat er nog andere problemen zijn; dat er nog andere gewrichten afwijkingen hebben waar ook opnieuw moet aan geopereerd worden.Zo'n uitgebreid radiografisch onderzoek vraagt een lichte narcose, een halfuur inspanning en tijd van u en u hebt een grondig overzicht van de gewrichten van uw hond waar u de volgende 12 jaar plezier aan hebt.